home | fotoalbum | stats | gelinkt door | beheer | maak je eigen weblog aan! | Mag ik je kaartje? punt.nl


Costa Rica - schildpadden spotten in Tortuguero
Reis/Costa Rica | Costa Rica | 06 Augustus 2007 | 00:32:11
Hola Amigo's,
 
het is ons eindelijk gelukt, zijn zoujuist aangekomen op onze eindbestemming, San Jose - Costa Rica en dat betekent dat het er bijna op zit voor ons (nog 1 nachtje). En dat... dat geeft dubbele gevoelens. Eigenlijk willen we nog niet weg en dit leventje nog wat langer volhouden, maar als we eerlijk zijn verlangen we ook wel weer terug naar Nederland. De katten, zelf kokkerellen en onze vrienden en familie, maken het terugkeren naar ons kikkerlandje niet eens zo heel vervelend. We hopen dan ook velen van jullie zaterdag te mogen verwelkomen in ons huisje aan de leenderweg.
En nou maar hopen dat we niet te snel meegetrokken worden in het geregelde leven aldaar.
 
Het laatste verhaal dan maar.... Costa Rica. Tijdgebrek maakt dat we 1 ding uit hebben gekozen om te ondernemen in Costa Rica en ons leek Tortuguerro wel iets. Een Nationaal Park in het noorden aan de caribische kust. Een park bekend om de schildpadden die de eieren op het strand leggen en daarnaast de  mangrove bossen langs de kust.
Eerst weer een grens over, wat met de keer makkelijker verloopt, maar de grens tussen Panama en Costa Rica, tenminste aan de caribische kust, is een  van de mooiste grenzen ooit gezien..... een rivier met daarover een brug. De brug, een oude spoorbrug van een paar honderd meter waar net 1 vrachtauto overheen kan. De wegen naar de grens zijn aan beiden kanten zandpaden. Lekker ouderwets en primitief de grens over wandelen.
 
Na een vreselijke bus, drie uur lang in een bus die optrekt en meteen weer stopt omdat om de 100 meter iemand in of uit wilde stappen, een nachtje in Puerto Limon en drie uur wachten in de haven, zijn we met een bootje naar Tortuguerro gevaren. Het park is namelijk niet met wegen te bereiken. Vanuit Puerto Limon is het 3 uur met een bootje en dat was werkelijk een van de mooiste tochtjes met het openbaar vervoer die we ooit hebben gehad. De boot stopte overal om dieren te laten zien aan de waterkant. Zo hebben we een Luiaard gezien, leguaan, vleermuizen op een palm, tientallen apen, vele en verschillende vogels, 4 crocodillen of kaaimannen en voor elk dier stopte de boot om even rustig te genieten. Prachtige tocht en een mooie manier om een nationaal park binnen te komen. Verder viel ons wel op dat de toeristen hier van een ander hout zijn gesneden, de backpackers zijn ver te zoeken en daarvoor in de plaats hebben we veel amerikanen en vele groepen, maar vooral mensen die eventjes ergens heen gaan en alles georganiseerd ondernemen. Op zich niets op tegen, maar het is een ander slag volk. Ben je in een museum en je hoort ze gewoon binnenkomen, luidruchtig, ongeinteresseerd en vooral niet bezig met het feit dat er misschien andere mensen zijn die misschien die rustig dingen willen bekijken. Nou moet ik toegeven dat zich hier ook vele nederlanders (hier in grote getalen aanwezig) zich schuldig aan maken en wij schamen ons dus bij tijden kapot voor onze landgenoten.
 
Het mooie dan van Tortuguerro, op dit moment komen er elke nacht vele groene schildpadden de kust op gewaggeld om daar de eieren eruit te persen en dat is dus de hoofdattractie op dit moment. We hadden van anderen al vernomen dat je voor 10 dollar met een gids mee mag gaan kijken naar dit ritueel en dan sta je met 40 personen rond 1 schildpad. Nou wilden we het graag een keer zien hoe dit werkt, maar zo in groepen sprak ons niet heel erg aan. Dus..... jawel proberen om in de nacht zelf zo'n beest te vinden op het strand en rustig kijken. We wisten dat er werd gecontroleerd en tot 12 uur vol met toergezelschappen. Dus om half een in de nacht met z'n tweeen over het strand gelopen en het eerste spoor dat we zagen, overduidelijk een spoor van een meter breed vanaf de zee naar het begin van de plantjes, gevolgd. Na twee keer niets als een kuil, hadden we beet en lag er zo'n beest met een schild van een meter lang. Indrukwekkend om te zien en zeker als je er zo alleen bij staat midden in de nacht onder het schijnsel van de maan. Wij kijken of we eieren zagen ploppen uit haar billetjes, maar niets anders gezien als een schildpad die het zand aan het wegduwen was met haar flippers (of heet dat poten). Achteraf blijkt ze dan haar nest af te dekken en op een gegeven moment vertrekt ze richting zee en loopt met veel gepuf er naartoe en zwemt rustig weg.
Werkelijk een magisch moment om te zien. Omdat we toch niet graag dieren verstoren wij in eerste instantie op een afstand van 10 meter van zo'n beest en rustig tot vijf meter genaderd. Later kwamen we erachter dat die voorzichtigheid wat overdreven was.
Na de eerste doorgelopen en honderden meters verder kwamen we nog twee schildpadden tegen. Eentje hield het vrij snel voor gezien en was kennelijk klaar met het ritueel en vertrok richting zee. De tweede bleef bezig, maar terwijl wij er eentje uitzwaaiden, kwamen er vijf personen op ons af gelopen die ons toch vriendelijk vroegen wat wij daar deden. Het was verboden om op het strand te komen na zonsondergang en het was zelfs gevaarlijk voor ons. Het bleken vijf vrijwilligers te zijn die gegevens verzamelen over de schildpadden en proberen te verkomen dat er nesten worden geroofd. Van hun dus te horen gekregen dat de schildpad die nog bezig was, het nest aan het voorbereiden was en nog eieren moest leggen. En tja.... ze vonden het niet zo leuk om ons daar aan te treffen en na de nodige sorry's zijn we vertrokken naar ons hotel. Een heerlijke nachtelijke strandwandeling met extra's.
 
Verder is Tortuguerro toeristisch en nog eens toeristisch, alles en iedereen is er voor de toeristen. De tours worden volop aangeboden, maar we hadden ontdekt dat je ook een kano kan huren en dan zelf door het park kunt peddelen. Zo nog een hele dag gevuld en rondegegaan door de kanalen. Een heerlijke dag met opstartproblemen, want kanoen met z'n tweeen in zo'n ding blijft de ultieme relatietest. Eenmaal een ritme gevonden was het weer heerlijk genieten in de kano. En waar we voor zijn  gekomen hier, de dieren, hebben we volop gezien. Het begon met vele zoetwaterschildpadden, vogels en ging over in krokodillen en apen, alles in overvloed aanwezig. De krokodil waren we genaderd tot op aai-afstand van de kano, als we hadden gewild hadden we hem of haar over het bolletje kunnen aaien. Zie vooral de foto's hiervan.
In de ochtend nog eenmaal een groepje met luidruchtige toeristen tegengekomen, de verdere dag niets of niemand en eind van de dag nog eenmaal een groep in een motorboot.... maar dat was alles en zo een hele dag heerlijk en alleen door het park gevaren.
 
De foto's hiervan zullen zometeen of vanavond volgen, hier kunnen we deze tenminste op de site zetten. De foto's van Bocas del Toro komen er dan ook bij. (ons paradijselijke kampeerplekje op het strand, kijk en huiver)
 
Nou dan tot snel in Nederland,
gr. Joris Y Judith
 
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 587

Mag ik je kaartje?

En de hangmat gaat naar... Bocas del Toro!
Reis/Panama | Panama | 01 Augustus 2007 | 18:56:30

De laatste week is inmiddels aangebroken...

Vanuit het idee ´we gaan nu alleen nog maar relaxen´ zijn we richting Bocas del Toro, een eilandengroep aan de kust van Panama, gegaan. Ai, erg toeristisch wel, dat Isla Colon. Van alle huizen (mooi gekleurd, trapjes, veranda´s) is meer dan de helft hostel of restaurant. Van alle mensen die hier rondlopen (braaf allemaal met tshirt aan, anders krijg je een behoorlijke boete) is dan ook meer dan de helft toerist. Na een nachtje op dit eiland (en een kleine zoektocht naar het strand die uitliep op een naar rotte eieren stinkend baaitje) besloten we een taxibootje te nemen naar Bastimentos, een stuk kleiner, minder toeristisch en met mooie stranden.

Alle overbodige spullen uit de rugzak (dikke truien, dikke slaapzakken, zware schoenen, alles wat meer geschikt is voor de koude hoogvlaktes ipv de caribische warmte) in het hostel achtergelaten, en op zoek naar het paradijs.

Na een klein uurtje lopen over het eiland (beetje zwaar wel, met een grote zak op je rug en in iedere hand 3 liter water) zijn we neergestreken op een mooi en vrij rustig strand, waar de zee in hoge golven kwam aanrollen. Na even zoeken (je wil natuurlijk wel zoveel mogelijk zekerheid dat je 's nachts niet door de golven je bed uit wordt gespoeld) een mooi plekje gevonden om de tent op te zetten. Kampvuurtje erbij, lekker kokkerellen en dan bij maanlicht (bijna volle maan) nog zwemmen in de zee. De volgende dag dit tafereeltje vervolmaakt met het ophangen van onze pas aangeschafte hangmatten. Lekker onder de bomen in de schaduw, uitzicht op de zee, goed boek erbij...

Zo hebben we het uiteindelijk drie dagen en nachten volgehouden. Nauwelijks andere mensen gezien (alleen een hadjevol die langs kwamen lopen op weg naar een ander strand en ondertussen verbaasd keken als ze ons tentje ontdekten), heerlijk in ons priveparadijs (Wizzard beach, een aanrader!).

De laatste dag nog even een wandeling gemaakt naar Red Frog beach, waar zoals de naam al doet vermoeden een hoop kleine giftige rode kikkertjes zou zitten. Helaas, geen kikkertjes gezien, maar wel de twee leuke israelische jongens met wie we ook de busreis hiernaartoe ondernomen hadden (en hoe ironisch, die ook degenen waren waardoor we de grote boot hadden afgewezen, gevoel klopt dus niet altijd...). Bleek dat zij een bootje hadden geregeld die hen niet ver daarvandaan zou ophalen. Heel fijn, hoefden we niet nog anderhalf uur terug te lopen naar ons oorspronkelijke beginpunt!

En nu zitten we dus weer op Isla Colon, waar ze (zoals een goede toeristische plaats betaamt) natuurlijk weer internet hebben, zodat ik een van de laatste stukjes op de pagina kan plaatsten. Helaas blijkt het deze keer met foto´s niet te lukken, een noodzakelijk programma ontbreekt. Maar als je je nou even voorstelt, een lang breed strand, hoge golven in een helderblauwe zee, een klein tentje, twee hangmatten en twee gebruinde slanke dennen, dan heb je eigenlijk geen foto´s meer nodig, toch?

Dalijk weer de boot op richting het vaste land, richting Costa Rica. Het laatste stempeltje in ons paspoort...
 
Judith y Joris
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 419


San Blas en zeilen over de Caribean.
Reis/Panama | Panama | 28 Juli 2007 | 19:00:38
Hola Amigo´s,
 
daar zijn we weer, we hebben het o zo gevaarlijke Colombia overleefd. Wie had dat verwacht he.... Inmiddels zijn we aanbeland in Panama en na een nachtje in een stad vol flatgebouwen, wolkenkrabbers en casino´s zijn we snel doorgereisd naar het noorden van Panama. Bocas del Toro, na San Blas een andere eilandengroep in de Caribean.
Inmiddels hebben we ook de eerste geldproblemen achter de rug. In Panama kun je alleen pinnen met creditcards en niet met gewone bankpassen en nou blijkt mijn creditcard niet te werken. Na een nachtelijk telefoontje met interhelp bleek deze geblokkeerd te zijn omdat ik een nieuwe zou hebben gekregen, hetzelfde verhaal voor mijn bankpas. Kennelijk heeft de Rabobank het in d´r bol gekregen en alle passen in korte tijd vervangen. Lekker als je op vakantie bent en denkt een pas en creditcard te hebben die nog een jaar geldig zijn. We wisten dat de pas van Judith per 1 augustus stopt met functioneren, maar die van mij blijkt dus al een week eerder te zijn gestopt en de creditcard al maanden daarvoor.
Navraag bij de ouders van Judith (lezen onze post) en onze onderhuurder leverde op dat er niet meer informatie is gekomen als een eenmalige brief dat mijn passen binnenkort worden vervangen, maar daar is het bij gebleven. De communicatie verloopt dus niet geheel vlekkeloos bij de rabobank.
 
Gelukkig dat we travelcheques bijhadden en zodoende dus toch nog direct geld aan konden. Na vier en een halve maand begonnen we al te denken dat die dingen vrij nutteloos zijn, omdat je zo makkelijk geld aankunt met een pinpasje en als reserve ook nog een creditcard hadden. Travelcheques zijn dus wel degelijk handig, want bij zo´n beetje ieder bankfiliaal kun je ze inleveren. Na wat boze telefoontjes met de rabobank, zowel door de ouders van Judith en ons, hebben we het voor elkaar gekregen dat de rabobank de kosten op zich neemt van twee transacties om snel geld te sturen. Weer een mooi fenomeen; Western Union. Hierbij kun je in Nederland geld laten storten en wij kunnen dat enkele minuten later hier aan. Inmiddels hebben we zo het geld voor de laatste dagen opgenomen, nog travelcheques achter de hand en dus nog een gratis transactie tegoed. Zelfs zonder bankpassen en creditcards gaat het ons dus wel lukken om de tijd hier door te komen.
 
Tja laten we zeggen dat dit soort dingen horen bij reizen. Nu weer de echte verhalen. In Cartagena (Colombia) hadden we een zeilbootje geregeld om ons naar Panama te brengen via de San Blas eilanden. Laatste is een eilandengroep waar alleen Kuna Indianen leven en weliswaar bij Panama hoort, maar vrij zelfstandig functioneerd. Klinkt goed allemaal.
 
Het zeilavontuur kwam wat traag op gang, want we moesten om 8 uur aanwezig zijn en vervolgens hebben we tot 6 uur in de avond zitten wachten voordat we konden vertrekken. In het begin is het nog leuk, maar er komt een moment dat de lol er vanaf gaat. De reden dat we zo lang moesten wachten was dat een argentijnse om 3 uur in de middag kwam aankakken. Om het goed te praten vertelde de capitein dat het lag aan de paspoortcontrole die niet zo soepel verloopt in Cartagena. Echt duidelijk van het hoe en waarom hebben we het nooit gekregen, maar in de avond vertrokken we.
 
Eerste stukje was nog leuk, Judith aan het roer en nog niet op open zee. Eenmaal daar aangekomen bleek dat de caribean wel heel lieflijk klinkt, maar toch ook gewoon een zee is. Enorme golven waar ons kleine bootje (10 m) tussen hobbelde. Om beurten moesten we de boot besturen en koers houden. En dat.... dat viel zwaar. Judith had het er al moeilijk mee en vrij snel last van zeeziekte, bij mij was het na een uur sturen en kijken op het kompas teveel geworden. Over de rand hangen en vissen voeren. 
Eenmaal ziek is het vreselijk, je weet niet waar te kijken of wat te doen om je beter te voelen. De horizon is verdomd lastig te zien in een donkere nacht met enorme golven en als je in het schip naar binnen gaat wordt het alleen maar erger. Omdat ik buiten ook almaar misselijker werd toch een poging ondernomen om binnen te gaan slapen en wonder boven wonder werkte dat. Hoewel het inhield zo snel mogelijk naar je bed rennen, liggen, ogen dicht en dicht houden, maar zo had je er niet zo´n last van.
Ik heb het zo de drie zeilende dagen volgehouden en na de eerste nacht niet meer over de rand gehangen. De tweede nacht werd de zee rustiger en voelde ik me beter worden. Judith daarentegen heeft de dagen op de boot doorgebracht door als een zombie naar de horizon te staren en af en toe op bed te liggen. Pilletjes tegen zeeziekte blijken dus niet altijd te werken. Gelukkig was het voor iedereen duidelijk dat het niet goed met haar en niemand heeft durven vragen om de boot te besturen.
 
Het zeilen was op zich niet moeilijk, want omdat de wind tegenviel hebben we met een pruttelende moter en een zeil over de caribean gevaren. De personen op onze boot waren wel leuke lui, al snel werden er al meerdere bijnamen gevonden en bleken we dus op de boot te zitten met; Ben Stiller, Prinses Maxima, Robbie Williams en Captain Nemo. (Een amerikaan, Argentijnse, Spanjaard en Colombiaanse Kapitein.)
De bijnamen hadden vooral met uiterlijk te maken, hoewel het bij Prinses Maxima meer in het karakter zat, de wereld moest toch vooral om haar draaien. Prachtig om te zien hoe iemand een hele dag bezig kan zijn om de aandacht naar zich toe te trekken, hoewel bij tijden ook irritant.
 
Het was zeker een ervaring om enkele dagen niets meer te zien als water om je heen. Afhankelijk van het licht kleurde dit van prachtig diep blauw tot paars en bij nacht is het gewoon zwart. Een enkele keer zie je in de verte een boot verschijnen, maar verder ben je geheel alleen op de wereld, of met z´n zessen dan. Vissen komen soms voorbij, zo hebben we meerdere malen dolfijnen gespot die een tijdje rond de boot zwemmen en springen en eenmaal een paar tonijnen.
 
Na een dag of drie (vanwege de geringe wind ging het niet snel en het jaargetijde, stroming, is ongunstig voor het varen naar Panama) kwamen we uiteindelijk bij de San Blas eilanden. Prachtig gewoon, vele eilanden, witte stranden, palmbomen en af en toe een hutje. Vanaf het water is het een prachtig gezicht om de hele tijd eilanden te zien verschijnen. Bij het eerste eiland konden we weer eens zwemmen .... heerlijk na drie dagen zweten op een bootje, tis hier tenslotte warm. Ook meteen snorkelen, want het zit vol met koraalriffen en vissen in alle kleuren. En wat is het toch fijn om na enkele dagen vaste grond onder je voeten te voelen. Nemo heeft meteen enkele krabben en kreeften gekocht bij enkele indianen die langs kwamen varen in een boomstam. En zo kwam er een heerlijke paella op tafel.
Voor het eerst sinds dagen een fatsoenlijke maaltijd, want op de boot was het niet veel. Ontbijt van cornflakes, stukje brood in de middag en noodles in de avond, was toch wel wat karig. Gelukkig dat iedereen er zo over dacht en daar heeft Nemo behoorlijk wat commentaar op gekregen.
Volgende dag verder naar een ander eiland en inderdaad nog mooier als de eerste. Hier hebben we werkelijk het meest fantastisch maal ooit gehad.
De tafel lag vol met krabben, kreeften en gerookte vis, aangevuld met cocosrijst en een mango salade. (zie foto´s) Heerlijk gewoon en dan hebben we het nog niet gehad over de hamer die ernaast lag om het vlees van de dieren te bereiken. En een puinhoop na afloop... maar daar houdt deze jongen wel van.
 
Heerlijk rondhangen en je ding doen, zoals proberen te speervissen, wat natuurlijk toch niet werkt, zwemmen en snorkelen. Het was een waar paradijs.
 
Voor nu staat op het programma om vandaag naar een ander eiland te vertrekken hier op Bocas del Toro en daar hopen we te kunnen kamperen op enigsinds verlaten stranden voor een aantal dagen. En dan gaat de reis door naar Costa Rica.
 
Hasta Luego
Joris Y Judith
 
ps vergeet ik nog te vertellen dat ik op een van die eilanden aan het strand opliep tegen een krokodil, ongeveer een meter lang, en rustig voor mijn voeten liggend. Een krokodil in zout water en op een eiland, dat is wel het laatste wat je verwacht.
reactie 1 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 1809


Vakantie in Parque Tayrona
Reis/Colombie | Colombia | 18 Juli 2007 | 21:59:56
Ha thuisblijvers!

Daar zijn we weer... snel he... Nu eens niet een paar lange weken wachten op een teken van leven vanuit verweggistan. Heeft er alles mee te maken dat we hebben besloten de laatste paar weken van onze reis ´vakantie´te gaan houden. Ja, klinkt wel een beetje raar, maar als je je bedenkt dat we de laatste maanden vooral bezig zijn geweest met van hot naar her te reizen, en daarbij dan ook nog eens ontzettend veel nieuwe indrukken hebben opgedaan, dan kun je je misschien wel voorstellen dat we nu een beetje moe zijn.

Moe van het reizen, ja het kan dus echt. Wij vroegen ons altijd af wat die reizigers toch bezielde als we er weer eentje tegenkwamen die na een paar maanden reizen in een plaats waren neergestreken en daar lekker zaten te vegeteren. Dat doe je toch niet? Je gaat toch zeker wel verder en dingen ondernemen? Ehhh, nee dus. Na ruim vier maanden onderweg zijn, hebben ook wij de behoefte om ergens neer te strijken en vervolgens niet al te veel meer te ondernemen. Ook wel ´relaxen´ genoemd.

Het eerste onderdeel van dit plan was een bezoekje aan Parque National de Tayrona, in het noorden van Colombia. Gelegen aan de kust, begrensd door de jungle. Mooie witte stranden, heldere zee, dik boek en verder... niks. Om het plaatje compleet te maken ipv een hostelletje een hangmat geboekt. Klinkt goed he, slapen in een hangmat, met het ruisen van de zee op een paar meter afstand? De volgende ochtend brak waker worden omdat slapen in een hangmat toch wat ervaring schijnt te vereisen was helaas wat minder... Toch maar ons tentje opgezet de nachten erna.

Joris had het op dat paradijselijke plekje (zo mooi, kijk de foto´s maar eens) echt even helemaal gehad met het reizen. Behoorlijk sjacherijnig liep ie daar rond, en het feit dat alles daar een stuk duurder was dan we verwacht hadden (het enige restaurant in de weide omtrek heeft natuurlijk een machtige monopoliepositie) werkte nou niet bepaald mee aan zijn goede humeur. Gelukkig draaide dat uiteindelijk wel weer bij (geef een sjacherijnige man een paar kokosnoten en een manchete en er gebeuren wonderen) en konden we samen genieten van de bountystranden en de zee met metershoge golven. Als twee kinderen (hoewel de vergelijking ´jonge hond´ ook wel erg van toepasing was op Joris) hebben we daar staan springen en duiken.

De eerder genoemde manchete kwam daar ook nog goed van pas, omdat het hele strand en de aangrenzende bossen vol stonden met palmen. Palmen vol kokosnoten, zoveel dat ze echt overal voor het oprapen lagen. Na een paar zwetende pogingen ze te openen (het sap van een verse kokosnoot is heel lekker zoet, en de kokos is het allerlekkerst als de noot pas net begonnen is met het te maken, boterzacht!) kregen we les van een toevallig passerende ijsverkoper. Met een paar ferme hakken was het nootje blootgelegd.

Tijdens ons verblijf in het park hebben we geprobeerd een zeilboot naar Panama te regelen. Dat leek ons wel een leuk reisje over een toch noodzakelijk te overbruggen stuk. Na een paar keer voor minstens 20.000 pesos (dat is al gauw 10 dollar) gebeld te hebben met een hostel in Carthagena dat maar halve informatie doorgaf leek het ons toch wat handiger om zelf maar weer terug te gaan naar die stad en het van daaruit te regelen. En zo gebeurde het dat we ineens de keuze hadden tussen twee verschillende zeilboten. Een grote, met in totaal 13 personen, en een kleinere met 6 personen. Groot verschil, en keuzes maken is al zo moeilijk... Hetgeen de keuze een beetje makkelijker maakte (om niet te zeggen heel makkelijk) was de anwezigheid van een paar israeliers op de grote boot. Nou zijn wij toch echt niet te betrappen op discriminerende ideeen, maar we zijn er inmiddels toch achter gekomen dat de mensen met deze nationaliteit (zoals we ze hier heel beschaafd noemen) over het algemeen niet de prettigste personen zijn. Veeleisend, egoistisch, samenklittend enz. En ja, ook hier zijn er natuurlijk uitzonderingen, maar over het algemeen... Maar in ieder geval, tijdens ons bezoekje aan de grote boot ontmoetten we er drie (misschien vier)israelische jongens die ook met die reis mee zouden gaan. Door al hun vragen en eisen voelde de kapitein zich al geroepen ze duidelijk te maken dat het geen full-service hostel aan boord was. Joris zat zich te verbijten, ik voelde me ongemakkelijk. En dan dat vijf of zes dagen? Wijzer geworden van eerdere irritante ervaringen (Mario in het kwadraat) hebben we dus gekozen voor de kleinere boot.

Een overjarige hippie als kapitein (mooi figuur) en vijf gasten. Om de beurt moeten we sturen (zie je het al voor je, staan we straks midden in de nacht op volle zee met het stuur van een zeilboot in onze handen) en ook het koken op de boot is het werk van de gasten. Na twee dagen zeilen komen we aan op de San Blas eilanden, waar we drie dagen lekker rond kunnen hangen (en misschien dat we ons verblijf er wel verlengen als we denken dat het goed in ons vakantieplaatje past). Daarna nog een dagje de zee op, om vervolgens in Panama aan te komen. Klinkt mooi he.

Jammer is het wel dat we Colombia al weer zo snel gaan verlaten. Een mooi land met mooie mensen. Een plaats om nog wel een keer naar terug te gaan dus (en om andere reizigers aan te raden). Maar helaas helaas, de reis zit er al bijna weer op.

Zo langzamerhand beginnen we al wel een beetje zin te krijgen in het terug naar nederland komen. Lekker ons eigen huis, eigen beesten (zouden ze ons nog willen kennen?) eigen spulletjes, familie, vrienden, niet meer constant vanalles regelen en plannen, meer kleren dan die vijf shirtjes die in je rugzak passen, bruin brood met pitjes, verse groenten, een bed dat lang genoeg is zodat Joris ook eens languit kan liggen zonder dat zn voeten over de rand hangen enz. Toch bekruipt me nog steeds een soort van mistroostig gevoel als ik eraan denk dat het reizende leventje van de afgelopen paar maanden bijna voorbij is. Maar snel weer concentreren op alle leuke dingen die we straks thuis weer gaan doen.

En dat brengt me op het volgende:
We geven een feestje! Ja, als een afscheidsfeestje al leuk was, dan is een ´we-komen-weer-thuis-feestje´ natuurlijk helemaal leuk. De gelegenheid om ons huis weer in te wijden en om iedereen die we al die maanden hebben moeten missen weer te zien. Op zaterdag 11 augustus vanaf een uur of half 9 is iedereen bij ons thuis welkom (Leenderweg 148 in Eindhoven). En als je zelf een matje en slaapzak meeneemt is het ook geen enkel probleem om te blijven slapen.
We zouden het heel leuk vinden als je komt!

En tot zover voor deze keer dan weer. Dalijk nog even de laatste boodschappen doen (snacks voor op de boot, zeker niet onbelangrijk) en wat rondhangen in een oververhit Cathagena (meer dan 30 graden, dag en nacht, erg warm).

Hasta luego,
Judith en Joris
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 377


San Augustin en het dieet wat Zuid-Amerika heet.
Reis/Colombie | Colombia | 12 Juli 2007 | 18:16:57
GROOT NIEUWS!!!!! JORIS WEEGT NOG MAAR 90 KILO!!!!!!!
Jawel, hij is maar liefst 15 kilo kwijt. Toen we laatst langs een dokterspost kwamen konden we onze nieuwsgierigheid niet bedwingen, en hebben we gevraagd of er toevallig ook een weegschaal aanwezig was. Sindsdien kan ie niet meer ophouden met breed grijnzend zn ´score´ te herhalen. (Bij mij zijn er een schamele 6 vanaf, dus niet zo spectaculair helaas).
 
Zo, en dan nu verder met de orde van de dag (had Joris beloofd dat ik deze keer met zn grote nieuws zou openen). We zitten op dit moment na een hoop uitputtende busreizen (zo ongeveer en paar dagen achter elkaar in de bus doorgebracht, zo ga je op n gegeven moment een stukje van 6 uur maar een kippeeindje vinden) helemaal in het noorden van Colombia.
Colombia? Maar de laatste keer was het nog Peru? Jaaaa, als je dus maar genoeg tijd in een bus doorbrengt lukt dat wel.
 
Onze eerste stop in Colombia was Popayan, en vandaar zijn we doorgegaan naar San Augustin. Een gezellig klein plaatsje, wat zijn roem (en waarschijnlijk ook zijn economie) dankt aan het feit dat er in de omgeving ontzettend veel grote (en iets minder grote) beelden zijn gevonden uit 3000 voor Chr. Hoewel we inmiddels wel en beetje genoeg hadden van het kijken naar stenen, leek ons dit toch wel weer mooi. En een mooie manier om al dat moois te gaan bekijken leek ons hier: te paard! Aangezien Joris zn enkel nog steeds vrij zwak en dik is (die denkt de volgende keer nog wel beter na voordat ie ergens vanaf springt) en ik het echt even helemaal gehad heb met wandelen hadden we besloten ons op de rug van zo´n edel dier te hijsen. Na mijn enigszins noodgedwongen ervaring met het muilezeltje was ik ervan overtuigd dat paardrijden leuk was, en wilde ik graag nog eens zo´n tochtje maken. Van site naar site reden we, meestal rustig kuierend, maar soms ook rennend en/of in galop (sorry, weet de paardentermen niet). Er waren twee verschillende manieren waarop het paard kon rennen, het ene was waarbij je billen zo ongeveer blauw werden van de kleine pasjes van het beest, en de andere was met grote stappen, waarbij je min of meer vloeiend op en neer beweegt. Die laatste was schitterend, die eerste iets minder (gezien de beurse billen). Helaas is het ons tot op heden nog niet duidelijk wat de paarden deed besluiten welke pas in te zetten, zodat we dit totaal niet in de hand hadden (gelukkig lukte het ons wel om te sturen en te stoppen, niet geheel onbelangrijk). Ontzettend mooie omgeving (ook hier weer planten in het groot en het wild die je bij ons alleen in de kamerplantenvariant tegenkomt. Wat dacht je bijvoorbeeld van een kerstster in boomformaat?) en bijzondere beelden (zie foto´s). Die beelden stonden vaak bij graftombes (waarvan er ook nog sommigen te zien waren) als soort beschermers. Geen een beeld was hetzelfde, en vaak beeldden ze ook nog speciale dingen uit (zoals een beeld waarvan het leek alsof het een mens was, met een omgekeerd mens eronder, en daartussenin een kleinder mens: bevalling). Leuk extraatje voor Joris was het onderweg passeren van ontelbare koffieplanten, en de uiteindelijke aanschaf van twee kilo groene koffieboontjes bij een boer onderweg.
 
San Augustin hebben we ook gebruikt om weer en beetje bij te komen van een lange busreis, en ons op te maken voor de volgende etappe. Lekker wat door het stadje gewandeld, en in een park zitten lezen. Gekeken naar spelende kinderen (baseball met een stuk bamboe als slaghout) en water uit zakjes geslurpt (het water is hier dus te koop in zakjes, je bijt er en klein hoekje vanaf en voilà). En besloten dat er eindelijk maar eens en einde moest komen aan mijn grijze tijdperk (zoals Joris zn gewicht een steeds terugkerend issue). Na een uitgebreide fotosessie om mn witte lokken voor eeuwig vast te leggen, zijn we ´s avonds op zoek gegaan naar een kapper. Op een grote kleurkaart een kleurtje uitgezocht (kastjanje, nee Joris, niet blauw) en me overgeleverd aan de handen van de kapster. Er werd een felle lamp op mn hoofd gericht, en met twee man sterk gingen ze aan het werk (ja, je hebt natuurlijk wel iemand nodig om het verfschaaltje vast te houden toch?). Nadat onder het waakzame oog van Joris (die ik via de spiegel de hele tijd breed grijnzend achter me zag zitten) mn hele hoofd onder de verf was gesmeerd kreeg ik een mooi zilveren kapje op, en kon ik vervolgens gaan zitten wachten. Inmiddels was kapper nummer drie binnengekomen, blij verrast dat ie klanten had, en nog twee buitenlanders ook! Tussen Joris en hem ontstond een levendig gesprek, terwijl ik er met mn zilveren kapje als soort van vreemde versiering tussen zat (had al ooit eens gelezen dat Colombiaanse mannen zich het liefst tot mannen richten in een gesprek). We kregen een kopje koffie en een snee brood, en vervolgens werd ik naar de wasstoel gedirigeerd. Een doktersbezoek zou niet minder eng zijn geweest. Hoe zou mn hoofd er dalijk uitzien? Eenmaal terug voor de spiegel bleek dat kastanje hier zo omgeveer gelijk staat aan zwart, maar mn grijs was weg! Hoera! Kapper drie (na jarenlang in het leger omgeschoold) zou het werk met de fohn afmaken. Nadat hij tot twee keer toe van borstel was gewisseld omdat ie m vast had gedraaid in mn haar (´jouw haar is heel anders dan dat van de mensen hier!´) kwam de derde borstel, een enorm ding (beetje vergelijkbaar met zoiets als waar wij de pluisjes mee van kleding halen), en werd met een gezicht wat steeds serieuzer (en daardoor voor mij lachwekkender) ging staan mn haar superzacht gefohnd. Wow, heb er nog nooit zo sjiek uitgezien.
 
Die avond, helemaal vol van mn nieuwe coupe, had ik bedacht dat we dat maar eens moesten gaan vieren met een drankje. Dat verliep vrij bijzonder toen we en paar ´pluizen´ (verkopers van handgemaakte dingetjes en verder gewoon vage gasten) tegen het lijf liepen. Gezellig op de stoep erbij gaan zitten, praatje gemaakt, meegelapt met het drankje (aguardiente, sterk!) en natuurlijk daarna ook meegedronken met het drankje. Hoe meer het drankje vorderde (nog maar een fles doen?), hoe vager het gesprek werd. Bleek dat ze een huis in de bergen delden, waar ze gezellig allemaal naakt rondliepen. Of we zin hadden langs te komen? Een van hen had het ook al helemaal bedacht: wat dacht ik ervan om onze rassen te mixen? Ik had een beetje veel geld en hij een beetje weinig geld, en dan wij samen... Dat Joris er gewoon naast zat leek hem niet op te vallen. Het kunstenaarsmeisje had Joris al wel opgemerkt, en zoals hij later vertelde was ze toch wel heel ongemakkelijk dicht tegen m aan gaan zitten. Laat op de avond (toen de drank al een paar keer was bijgehaald, en de drankhandels gesloten waren) kwam er wat anders te voorschijn. ´Het beste uit Colombia´, werd ons verzekerd. Ik moest mn hand ophouden, en daarin werden zorgvuldig enkele zaadjes gestopt. ´Hier, moet je in Nederland maar in je tuin planten´. Aardig gebaar, maar eenmaal terug in het hostel heb ik ze daar maar in de verschillende bloembakken geplant.
 
Hoe gezellig we het ook hadden daar in San Augustin, de bus riep voor een laatste (helse) etappe naar het noorden. De weg van San Augustin naar Popayan (die we op de heenweg ook al genomen hadden) staat in de Lonely Planet beschreven als ´rough ride´. De vertaling daarvan luidt als volgt: Ga achterin een klein busje zitten wat met een noodgang over ontzettend hobbelige wegen raast. Je maag maakt overuren (aangezien het niet alleen hobbelt maar ook slingert) en je billen (die al heel wat te verduren hadden gehad op het paard de dag ervoor) worden beurs gestuiterd (heb Joris op n geven moment wel minstens 20 cm omhoog zien komen van de bank!). Helemaal gaar (we zaten die ochtend al om 6 uur in de bus) stapten we vervolgens in de volgende bus, waar al meteen bij binnenkomst gul de kotszakjes werden uitgedeeld. Neeeeee (hoewel deze etappe alleszins bleek mee te vallen). Na nog twee keer van bus te zijn gewisseld kwamen we de volgende dag om een uur of 8 ´s avonds aan in Cartagena (jawel, voor de wiskundigen onder jullie, dat is inderdaad meer dan 36 uur later). De bussen hier in Colombia zijn een stuk luxer dan we tot nu toe gewend zijn. Dat betekent dus ook dat ze voorzien zijn van airco. Das fijn vooral als dat ding op vol verogen staat. Bleek dat we een paar uur in een koelkast hadden doorgebracht, en dat het buiten minstens een graad of 20 warmer was. Zo heet dat je niet weet waar je het zoeken moet, en het zweet in straaltjes van je afloopt. Tropisch noemen ze dat geloof ik.
 
Gisteren ondanks die hitte toch maar eens een rondje gaan maken door de stad. Er zouden namelijk ergens heeeel veel fruitstalletjes te vinden moeten zijn. Na een tijdje (en het verlies van een paar liter zweet) hebben we het maar opgegeven en zijn we maar op het iets minder warme balkon van het hotel gaan hangen. Een goed boek en een paar zakjes water, en vooral niet te veel bewegen. Tegen een uur of 5  maar een nieuwe poging gewaagd. Het had inmiddels flink geregend, en was dus iets dragelijker qua temperatuur. Cartagena heeft mooie straten (hier in het oude gedeelte veel gebouwen in coloniale stijl, mooi), en gezellige pleintjes. Na het eten (wederom waren alle vegetarische restaurants of verdwenen of gesloten, weer geen extra vitamineboost dus) op zoek naar een terrasje. Nadat bleek dat daar de prijzen schrikbarend hoog waren (leek wel nederland!) kwamen we (wederom met een zakje water) uit op een pleintje waar net op dat moment een caraibische dansgroep onder begeleiding van een aantal trommels wild begon te dansen. De billen schudden en de buiken drilden.
Het is nu wel overduidelijk dat we een hele sprong over het continent hebben gemaakt. We hebben de indiaanse cultuur (vrouwen met lange vlechten, bolhoedjes en rokken) verruild voor de caraibische. De mensen zijn hier veel meer gemengd, alle kleuren door elkaar, en ook veel meer echt heel donkere mensen (en had ik al eens vermeld dat we hier ook eindelijk weer gekruld haar zijn tegengekomen?). Tot grote vreugde van Joris is de kledingstijl hier ook heel anders dan we tot nu toe gewend waren. Waren het eerst nog veel lagen allesverhullende stof, nu zie je overal blote buiken (maakt niet uit of je een paar kilo overtollig vet hebt) en bolle billen gehuld in strakke broeken. Krijg hier zo´n beetje een minderwaardigheidscomplex over mijn platte hollandse achterkant.
 
En de mensen zijn niet het enige wat er hier is veranderd. Het lijkt alsof we meer in de ´westerse wereld´ terecht zijn gekomen. Overal zijn mensen bezig met hun mobieltjes (was alweer vergeten hoe irritant het is als iemand achter je in de bus al zn ringtones aan het uitproberen is), de auto´s zijn niet meer zo aftands en soms zelfs nog luxer dan bij ons, op de toiletten is vaak wc papier aanwezig (hoera! tot nu toe was het de hele tijd met je eigen rolletje papier rondsjouwen, overal in de winkels zijn dan ook enkele rolletjes ´papel hygienico´te koop), en het grootste wonder van alles: er zijn hier op straat weer prullenbakken te vinden! En ja, dat is raar, nadat je vier maanden lang je goede opvoeding geweld hebt moeten aandoen door al je afval gewoon op straat uit je handen te laten vallen, en lijdzaam te moeten toezien hoe moeders hun kinderen leren dat het raampje van de bus heel makkelijk open kan om er flessen, snoeppapiertjes en andere zooi door naar buiten te kieperen.
 
Ook de sfeer is hier anders. Waren we in Bolivia en Peru nog zo overduidelijk de toeristen waar wat (geld!) bij te halen viel, hier lijkt het alsof iedereen zn eigen ding doet, en er geen heil in ziet toeristen lastig te vallen om je iets aan te smeren of van je af te troggelen. De gesprekken die we hier hebben zijn eigenlijk vooral van de strekking: ´wat vind je van mijn land? mooi he?´. Hoewel dat makkelijker klinkt dan gedaan, want hoewel ze hier spaans spreken, lijkt het wel weer een totaal ander spaans dan we tot nu toe gewend waren. Toen ik laatst (toen Joris de vorige update aan het typen was en ik geen zin had om bij de computer te gaan zitten) was gaan kijken bij een openluchtconcert in Popayan en daar een gesprek had met een jonge die me vanalles uit probeerde te leggen over zijn stad en land, bestond dat gesprek voornamelijk uit een wederzijds: ´como?´´como?´ (=´hoe?´´hoe?´).
Dat concert was trouwens ook erg leuk. Carabische ritmes, en mensen die lekker in het gras hingen of aan het dansen waren. En de reden voor dat concert? Er is vast wel in Nederland op het nieuws geweest dat er hier laast een grote landelijke demonstratie was tegen ontvoeringen. De aanleiding hiervoor was de dood van een aantal politici die een paar jaar geleden ontvoerd waren. Van die demonstraties hebben we eignlijk niets meegekregen, alleen dus diezelfde avond dat concert, ´om te vieren dat colombia niet alleen slechte dingen heeft´.
 
En dan ook nog een astrologisch feitje dat hier weer anders is: Je kent de grote beer (steelpannetje?). In Bolivia en Peru was deze omgekeerd te zien (onder de evenaar), in Equador (op de evenaar) stond deze recht overeind, en nu... zien we m weer zoals jullie m zien. En ooit gehoord van het southern cross (vliegervorm)? In nederland geloof ik niet te zien, op het zuidelijk halfrond ons orientatiepunt voor als we het zuiden wilden vinden. En nu... weg! (tenminste, tot nu toe nog niet kunnen ontdekken).
 
Dalijk op weg naar Santa Martha, naar het nationaal park Tayrona. Mooie stranden begrensd door jungle. Tot binnekort maar weer!
 
Judith en Joris
 
 
 
reacties 5 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 1109


 

Home   weblog sinds: 2007-02-17

Ontwikkeld door punt.nl en gehost door mijndomein.nl. Problemen met de inhoud van deze log? Klik hier.